Nieuw bij NoCureNoPay

Stuur ons uw Feedback

Wie zijn wij

Onze Service

Uw Support

Stuur ons E-Mail

Naar de Home Page
 

Artikel - Opinie

'Ik werk voor het geld'

Werkgevers willen eigenlijk niet dat je werkt, dus doe dan maar alsof. Dat is het opmerkelijke advies van de Franse econoom en psychoanalyticus Corinne Maier (40), die een bestseller schreef over de loze belofte van het bedrijfsleven. 'Dus zorg dat je een vage functie krijgt en sleep altijd een dik pak dossiers met je mee.'

door Chris van de Wetering

 

Ontluisterend beeld modern management
Ze woont bescheiden, in een flatje in het 13e arrondissement van Parijs, en haar verschijning is zo ongeveer het tegendeel van de strak in het pak zittende en fris ogende Amerikaanse managementgoeroes. Corinne Maier is klein van stuk en tenger, het haar hangt wat sloom langs haar gezicht en er zitten verfspatten op haar spijkerbroek. Toch is haar boek Bonjour Paresse , waarin ze een ontluisterend beeld schetst van de praktijk van het moderne management, een bestseller. Er zijn al ruim 150 duizend exemplaren verkocht en het boek is in vele talen vertaald.

Maier vindt dat het bedrijfsleven mensen weinig te bieden heeft. Wie probeert zo weinig mogelijk te doen op kantoor, heeft dus ook niet veel te verliezen, is haar redenering. 'Over de kunst en de noodzaak op kantoor zo weinig mogelijk te doen', is dan ook de veelzeggende ondertitel van haar 'ephlet' - een samentrekking van essay en pamflet. Haar tips om wel te doen alsof je werkt - want je moet jezelf wel een beetje verkopen - zijn even simpel als uitvoerbaar.

Zorg dat je nooit de gang op gaat zonder een stapel dossiers onder je armen neem ook altijd een flinke stapel mee naar huis, adviseert ze. En kies een baan waarvan de toegevoegde waarde niet direct te kwantificeren valt. Een adviseurschap of onderzoekspost bijvoorbeeld. Een baan met verantwoordelijkheid accepteren, is uit den boze. Dat betekent namelijk alleen maar harder werken, zo schrijft ze.

Zelf is ze overigens allerminst lui. Naast haar parttime baan bij het Franse elektriciteitsbedrijf Electricité de France (EDF), waar ze onderzoeker is, jawel, op de afdeling research & development, schreef ze nog negen boeken. Ze geeft ook nog psychotherapie aan huis. Maiers boek viel bij haar werkgever EDF niet in de smaak. Het bedrijf dreigde haar te ontslaan. Met behulp van een beetje publiciteit en de vakbond wist ze dit te voorkomen.


Excelleren in het bedrijfsleven gaat niet
Hoe is de sfeer nu op het werk?
'Ik ben momenteel met onbetaald verlof. Officieel vanwege familieomstandigheden. In werkelijkheid omdat het me zwaar viel naar mijn werk te gaan na de rel over mijn boek. Van mijn directe collega's had ik geen last, die waren juist erg aardig tegen me, maar mijn chef denkt, geloof ik, dat ik bijt. Ik ben een monster voor hem geworden. Ik zou het bedrijf hebben verraden en dat kan hij niet verkroppen.

Zoals de meeste bazen kan hij niet omgaan met kritiek. Ironisch genoeg zijn mijn bazen het zelf geweest aan wie ik mijn succes te danken heb. Bonjour Paresse ging pas goed verkopen, toen bekend werd dat mijn werkgever mij wilde ontslaan. Ik ben van plan na mijn verlof gewoon weer terug te gaan. Tot nu toe heb ik de kwestie nog niet met mijn directe chef besproken. Ik vind dat hij er zelf maar over moet beginnen, want ik betreur de gang van zaken niet. Integendeel. Ik ben er onverhoopt rijk en beroemd door geworden.'

Je maakt geen carrière door toewijding, maar door je verdekt op te stellen en te doen alsof je hard werkt, stelt u. Legt u eens uit hoe dit mechanisme werkt?
'Het bedrijfsleven is nu eenmaal geen plek waar je kunt excelleren of jezelf kunt ontplooien zoals we in de jaren zestig nog dachten. Toen ik ging werken, verwachtte ik er nog veel van, maar de ervaring leerde anders. Met de financiële schandalen bij Enron, Ahold en Vivendi, de massaontslagen van de laatste jaren en de elkaar steeds maar opvolgende reorganisaties heeft het bedrijfsleven zijn ware gezicht laten zien. Een bedrijf is niet de plek waar toewijding, moed, collegialiteit of andere menselijke waarden tellen. Stijgen op de maatschappelijke ladder zit er ook al niet in zonder de juiste diploma's en het juiste netwerk. Werken in het bedrijfsleven is eigenlijk heel beperkt.

'Het bedrijfsleven wil vooral dat je gehoorzaam en volgzaam bent. Je moet de rituelen van het bedrijf respecteren, dat wil zeggen: je kleden als de anderen, deelnemen aan collectieve activiteiten, de verjaardagen en etentjes bijvoorbeeld, het jargon van het bedrijf overnemen en nooit iemand tegenspreken. Je hoeft alleen te doen alsóf je werkt. Het bedrijfsleven verwacht helemaal niet van zijn medewerkers dat ze werken. En dat doet het middenkader, dat vaak vaag omschreven functies heeft, dan doorgaans ook niet. Als je werk doet waarbij de prestaties wel zichtbaar zijn voor anderen, is het wat anders.'

Het neomanagement vraagt van medewerkers in feite een soort permanente erectie, schrijft u in uw boek. Wat bedoelt u daar precies mee?
'Managers willen dat hun medewerkers blijmoedig van het ene naar het andere project doorrollen, ook al is de helft van die projecten idioot en leidt de andere helft tot weinig. De medewerker moet, wat er ook gebeurt, enthousiast blijven, ook als het project waar hij met veel plezier aan werkte, van de ene op de andere dag wordt teruggetrokken om redenen die slecht worden uitgelegd of die er niet zijn. Soms stopt een project bijvoorbeeld omdat een nieuwe chef het geen leuk project vindt. De werkgever wil dat zijn werknemer 'mobiel' is in het werk. Wie langer dan drie jaar in dezelfde functie zit, is verdacht in deze visie. Vergeten wordt dat daarvoor een tol wordt betaald: het constante rouleren vergroot de betrokkenheid van de werknemer namelijk niet zo erg.

'Als je zelf vindt dat je met een zinvol project bezig bent, ben je natuurlijk gefrustreerd en kwaad als je het niet af kunt maken. Maar het merkwaardige is dat je dit zonder mokken moet accepteren en binnen twee dagen weer met frisse moed aan een ander project moet beginnen. Dat is als elk half jaar van seksuele partner veranderen. Als je twintig bent heeft dat misschien zijn charme, maar na verloop van tijd wordt het een corvee. Vandaar dus mijn beeldende typering van dit afgedwongen enthousiasme.'

Amerikanisering van het bedrijfsleven
En dat komt allemaal door de Amerikanisering van het bedrijfsleven?

'Fransen zijn traditioneel, maar tegelijkertijd dromen we van het moderne Amerikaanse leven. Het probleem is dat Fransen eigenlijk niet van Amerikanen houden. Amerika is voor hen een ongeciviliseerd land van racisme en ongelijkheid. Maar de Fransen willen wel graag makkelijk geld verdienen en wat geld verdienen betreft, erkennen ze in de Amerikanen hun meester. Harvard is voor ons het Bethlehem van het geld. Zodra een woord furore maakt aan een van de Amerikaanse business schools, steekt het de Atlantische Oceaan over om hier onmiddellijk in de mode te raken.

Zo komt het dat zelfs Fransen die nauwelijks Engels spreken, hun zinnen doorspekken met woorden als 'reengineering', downsizing' en 'benchmarking'. Dat Fransen te beroerd zijn de taal echt goed te leren, tekent hun haat-liefdeverhouding met Amerika. Omdat ze eigenlijk een afkeer van Amerika hebben, nemen ze ook de goede dingen van het Amerikaanse businessmodel niet over. Ze kennen het land helemaal niet. Ze imiteren de dingen die in hun verbeelding Amerikaans zijn, de permanente reorganisatie van bedrijven en de obsessie voor rentabiliteit bijvoorbeeld.'

Is het probleem dat u beschrijft vooral een Frans probleem?
Ik heb natuurlijk een boek geschreven over het Franse bedrijfsleven, maar ik denk dat het in de rest van Europa niet anders is. Dat merk ik uit de reacties op mijn boek. Engelsen en Duitsers zeggen dat het er bij hen precies zo aan toegaat. Vooral de structurele absurditeit van het werk en de onverschilligheid die dit tot gevolg heeft, herkennen ze. Geen wonder ook: managers krijgen allemaal ongeveer dezelfde opleiding. Ze lezen dezelfde boeken en hebben dezelfde doelstellingen.'


Goede werknemers in Frankrijk inwisselbaar
We maken een karikatuur van het Amerikaanse businessmodel?

Vrienden die in Amerika hebben gewerkt, zeggen dat Amerikaanse bedrijven ook goede kanten hebben. Ze zullen bijvoorbeeld alles doen om hun beste werknemers te behouden. Dat zal hier nooit gebeuren. Werknemers die goed zijn, worden hier behandeld alsof ze volstrekt inwisselbaar zijn. Franse werkgevers zullen vooral niet laten blijken dat ze blij met hen zijn. Daar hebben ze helemaal geen zin in. Ze willen de paternalistische en hiërarchische structuur van het Franse bedrijfsleven absoluut niet veranderen, maar ze willen er wel een roze suikerlaag van Amerikaanse business-ideologie over heen smeren. Het probleem is dat die Angelsaksische laag niet samen gaat met de taartbodem. De taart wordt er oneetbaar van.

In Frankrijk had de baas altijd veel gezag, maar er was ook een zekere bonhomie. De bazen waren wel aardig voor hun mensen. Tegenwoordig zie je dat in de grote bedrijven een model wordt ingevoerd dat minder paternalistisch is. Het is een zogenaamd wetenschappelijk management, waarin het werk gerationaliseerd en de werknemer gerobotiseerd wordt. Het neomanagement is een kwestie van simpele managementrecepten introduceren die alleen nog maar hoeven te worden uitgevoerd. Maar leidinggeven behelst meer dan het formuleren van bizarre targets.

Je moet talent hebben om leiding te geven. Het kapitalisme werkt ook alleen als werknemers een verlangen hebben. Om iets tot stand te brengen, om te presteren of om waardering te krijgen voor hun werk. Als het werk ze niks kan schelen, en dat is een normale reactie op de manier waarop medewerkers behandeld worden, werkt het kapitalisme niet. Je kunt namelijk heel goed slecht werk afleveren en toch je targets halen. En dat is precies wat de meeste mensen doen.'

Ook hoogopgeleiden behandeld als werktuig
Waarom is het zo moeilijk mensen als mensen te behandelen en niet als menselijke werktuigen of human resources?

'Omdat leidinggevenden de mentaliteit van een politieagent hebben. Ze denken dat ze zijn aangesteld om eisen op te stellen waar werknemers aan moeten voldoen. Ze zien een bedrijf als een machine om mensen te laten doen wat ze willen. Zelfs hoogopgeleiden worden behandeld als een werktuig.'

Waarom werkt u eigenlijk nog in het bedrijfsleven als u dit zo verstikkend vindt? U kunt toch ook als psychotherapeut gaan werken?
'Ik werk bij EDF voor het geld oftewel, zoals we in Frankrijk zeggen: om mijn potje te kunnen koken. Dat heb ik op het werk ook eens en plein public in een vergadering gezegd. Het was daarna vijftien seconden stil en iedereen keek gegeneerd. Want je moet natuurlijk zeggen dat je werkt omdat het werk je zo mateloos interesseert, maar de waarheid is uiteraard dat de meeste mensen werken voor hun salaris of voor de spullen die ze daarvan kunnen kopen.

'Ik heb in de vijftien jaar die ik inmiddels in het bedrijfsleven heb doorgebracht ook mooie observaties kunnen doen die hun weg inmiddels hebben gevonden in de boeken die ik geschreven heb. Het liefst zou ik me volledig wijden aan de psychotherapie en aan het schrijven, want dat zijn mijn passies. Maar het is moeilijk om een praktijk op te bouwen als jonge psychoanalytica. Je moet eerst het vertrouwen winnen van de artsen die patiënten doorverwijzen en dat kost jaren. Misschien dat mijn boeken me ooit nog een florerende praktijk zullen bezorgen.'

Heeft uw eigen psychoanalyse u niet voorgoed ongeschikt gemaakt voor het bedrijfsleven?
'De psychoanalyse en het kapitalisme gaan niet goed samen. Het kapitalisme is er om goederen en diensten te produceren. De psychoanalyse produceert mensen die iets willen wat buiten de kaders valt. Ze zijn zo uniek geworden dat ze op niemand meer lijken. Daarom zijn ze ook niet geïnteresseerd in producten voor de massaconsumptie. Je ziet iets dergelijks bij grote denkers, schrijvers of kunstenaars. Die hebben soms een heel persoonlijke visie op het leven. Ik kan me Spinoza of James Joyce niet goed voorstellen als bijvoorbeeld producent van massa-artikelen.

'Toen ik 25 jaar was ben ik in analyse gegaan, omdat het niet goed met me ging. Ik wist niet wat ik wilde in het leven. Ik deed maar een beetje mee en dat verontrustte me. In analyse ga je op zoek naar wat je regeert, waarom je eigenlijk bestaat.'

Rot van binnenuit bestrijden
U schrijft dat protesteren geen zin heeft, maar dat het effectiever is het systeem te ondermijnen door rot van binnenuit te bestrijden. Bent u in feite een revolutionaire?

'Het was eigenlijk niet meer dan een gedachte-experiment. Ik beschrijf dat veel mensen tot de conclusie komen dat doen alsof het enige is wat erop zit, als je niet verstrikt wilt raken in de machine van het bedrijfsleven. Wat als straks niemand meer gelooft in wat er op kantoor gebeurt en iedereen doet alsof? Dan moet het systeem uiteindelijk wel instorten, zou je denken. Het communisme werd oorspronkelijk ook oprecht beleden, maar het systeem ging zwaarder wegen dan het individu, de bureaucratie was alom en het individu moest vooral gehoorzamen.

Je moest ook geloven in het communisme en als je dat niet kon, deed je maar alsof. Reken maar dat in het communistische Rusland veel mensen deden alsof. Op een dag hoefde dat niet meer. Het systeem was als een kaartenhuis in elkaar gestort, doordat niemand er nog in investeerde. Er is wel beweerd dat economische redenen het einde van het communisme hebben ingeluid, maar ik geloof eerder dat het de massale desinteresse is geweest, want in Rusland gaat het nu economisch niet veel beter. Ik heb in mijn boek de vraag op willen werpen of ook het kapitalisme ooit aan desinteresse ten onder zal gaan.

Iemand zei me laatst dat het systeem gewoon zal doorgaan, ook al gelooft niemand er nog in. En daar zit wat in. Er zijn natuurlijk ook altijd nog mensen die wel hard blijven werken. De mensen met tijdelijke contracten bijvoorbeeld en de mensen die veel klantencontacten hebben of op een andere wijze gemakkelijk geconfronteerd worden met de resultaten van hun werk. Het probleem is vooral een slechte verdeling van het werk. Overigens denk ik niet dat de ineenstorting van het kapitalisme ons een betere wereld zal brengen.

Dan komt er eerst een plezierige wanorde die de mensen veel vrijheid biedt. Daarna zullen we ons waarschijnlijk weer in een ander systeem vervelen. Want zich vervelen is nu eenmaal het lot van de menselijke soort. Alleen grote geesten, artiesten of filosofen bijvoorbeeld, die de wereld hun eigen vorm opleggen, ontkomen daaraan.'

Doen waar je een passie voor hebt
In Nederland wordt momenteel een discussie gevoerd over langer werken. Daar gelooft u natuurlijk ook niet in?

'In Frankrijk hebben we officieel een 35-urige werkweek, maar veel mensen blijven tot acht uur op kantoor, tot negen uur als ze nog carrière willen maken. Niet om nog wat extra werk te doen, maar om te demonstreren dat ze echt van hun werk houden. Je ziet ze op internet surfen, gratis kopieën maken of de krant lezen. Ik denk niet dat ze daarmee hun arbeidsproductiviteit erg vergroten.

Het alternatief dat vervolgens genoemd wordt, is slimmer werken, maar daar geloof ik ook niet zo in. De chefs zullen er bijvoorbeeld geen zin in hebben als een snellere werkmethode betekent dat ze minder controle hebben bijvoorbeeld. Achter de rigiditeit van bedrijven zitten vaak persoonlijke motieven of motieven die men liever niet kenbaar maakt.'

Denkt u werkelijk dat luiheid mensen gelukkiger maakt?
'Ik beweer niet dat luieren het hoogste goed is. Ik ben geen hedonist, zoals sommigen wel denken. Ik bepleit alleen dat mensen de dingen moeten doen waar ze een passie voor hebben en daar hoort werken in het bedrijfsleven maar zelden toe.'

Wat voor soort leiderschap zou u het bedrijfsleven toewensen?
'Ik bewonder mensen die buiten de kaders durven treden, mensen als De Gaulle, de grondlegger van de vijfde republiek, en de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, die zijn eigen psychoanalytische stroming bedacht, maar het zou zonde zijn mensen van dit kaliber in een bedrijf te zetten. Misschien dat er enige verandering is te verwachten van de gewone Fransman of van mensen die uit groepen komen die nu in het bedrijfsleven geweerd worden, omdat ze niet als de anderen zijn. Mensen die zijn opgegroeid in de moeilijke voorsteden van Parijs, gehandicapten, vreemdelingen of mensen die in de gevangenis hebben gezeten. In elk geval niet de mensen die afstuderen aan de École Nationale d'Administration en de École Polytechnique en die ik voor het gemak maar even de arrogante kaste noem, omdat ze denken dat ze eigenaar zijn van Frankrijk en de Fransen. Zoals oud-topman van Vivendi Jean-Marie Messier, die financieel niet zo secuur was en die enorme financiële risico's nam om het oude Franse waterbedrijf om te vormen tot een mediabedrijf, omdat hij water niet glamoureus genoeg vond.'


Cv Corinne Maier
Corinne Maier werd geboren op 7 december 1963 in Genève. Na de scheiding van haar ouders vertrok ze op haar twaalfde met haar moeder naar Frankrijk, om zich in Melan, een Parijs voorstadje, te vestigen. Ze ging in 1983 naar het prestigieuze Instituut voor Politieke Studies in Parijs, waar ze in 1986 afstudeerde op internationale betrekkingen en economie. In 1990 ging ze in psychoanalyse, waarna ze besloot zelf te beginnen aan een opleiding tot psychoanalyticus. In 1992 werd ze onderzoeker bij het Franse elektriciteitsbedrijf EDF, waar ze nog steeds parttime in dienst is. Daarnaast werkt ze als psychoanalytisch therapeut en publiceerde ze over de Franse psycholanalyticus Jacques Lacan, over Casanova en Charles de Gaulle. Met Bonjour Paresse (over de kunst en de noodzaak op kantoor zo weinig mogelijk te doen) brak ze internationaal door. Momenteel werkt ze aan een boek over Louis Pasteur. Maier woont samen, in Parijs. Ze heeft twee kinderen.

 


home | about us | services | support | information | feedback | email

Please contact our Webmaster with any questions or problems.
Copyright 1999 - 2016 NoCureNoPay. All rights reserved.